Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR5405

Datum uitspraak2004-11-04
Datum gepubliceerd2004-11-10
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureVerzet
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/4348 WUBO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Te laat ingediend beroepschrift. Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring beroep ongegrond. Geen gegronde redenen aangevoerd voor gepleegd verzuim.


Uitspraak

03/4348 WUBO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [opposant], wonende te [woonplaats], opposant, en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING De Raad heeft bij uitspraak van 27 november 2003 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit d.d. 12 juni 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij brief van 7 januari 2004. Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 23 september 2004. Daar is opposant in persoon verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A. Groeneveld, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. II. MOTIVERING De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen opposant in verzet naar voren heeft gebracht niet leidt tot het oordeel dat opposant met het te laat indienen van zijn beroepschrift niet in verzuim is geweest. De door opposant aangegeven redenen, te weten dat hij in de periode van begin juni tot eind augustus 2003 (naast huisvestingsproblemen) te kampen heeft gehad met psychische- en lichamelijke problemen, steunen niet op enige medische onderbouwing waaruit zou kunnen blijken dat opposant gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een gemachtigde in te laten dienen. Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard. Met toepassing van artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake een vergoeding van proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Verklaart het verzet ongegrond. Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 november 2004. (get.) C.G. Kasdorp. (get.) L. Karssenberg. HD 12.10